Het lied duurt nog geen vier minuten, en aan het eind ervan buigt zich weer een dokter met een bril over je sterfbed. Zo zingt Karin Bloemen het, en in het hele lied valt geen woord over God, de hemel of een ziel. Kan aan je eigen dood denken dan toch spiritueel zijn?
Een lied over eerste en laatste keren
Het lied heet Een dokter met een bril. De tekst is van Jan Boerstoel, dichter en schrijver van liedteksten voor het theater, de muziek van Marnix Busstra. Karin Bloemen, zangeres en cabaretière, nam het in 2002 op met pianist Cor Bakker.
In de coupletten somt Boerstoel je eerste keren op. Je eerste bad, je eerste woord, je eerste stapjes terwijl de hele kamer klapt, je eerste fietsje, je eerste zoen, je eerste huis. Halverwege draait hij het om: vanaf dan gaan de laatste keren het van de eerste winnen.
Je allerlaatste sigaret. Je doet je surfplank weg, en je tangoschoenen ook. Je laatste werkdag, je laatste grote reis. Je loopt nog één keer door de kamers voor je je laatste huis verlaat. Dan slaat je allerlaatste uur.

In de slotregel draait Boerstoel het nog één keer om. Met je laatste adem doe je toch nog iets voor de eerste keer.
Toen ik in mijn veelgestelde vragen het antwoord schreef op "Hoe spiritueel voelt deze ervaring?", stond dit lied in de eerste versie.
Waar het woord spiritueel vandaan komt
Wat betekent spiritueel eigenlijk?
Het woord komt van het Latijnse spiritus, en dat betekent adem. Het gaat terug op spirare, ademen. Lang voordat het iets met zielen of kerken te maken had, was het spirituele deel van jou de lucht die in en uit gaat. In die oudste betekenis eindigt het lied op het meest spirituele moment van een leven.
Moet je ergens in geloven om het spiritueel te noemen?
Nee. In mijn veelgestelde vragen staat het zo: "Je kunt deze ervaring zo spiritueel of religieus maken als je zelf wilt. En als dat niet jouw taal is, kan ze je alsnog diep raken." Wat er na de dood gebeurt, laat ik aan jou over. Kierkegaard deed in 1845 hetzelfde, bij een graf.
Een toespraak bij een graf, uit 1845
Søren Kierkegaard was een Deense filosoof en christelijk schrijver, die van 1813 tot 1855 in Kopenhagen leefde. In 1845 verscheen zijn boek Drie toespraken bij gedachte gelegenheden: een biecht, een bruiloft en een begrafenis, gelegenheden die hij zelf bedacht. De derde toespraak heet Bij een graf.
Daarin maakt hij onderscheid tussen twee manieren om naar de dood te kijken. Vertaald uit het Deens: "Jezelf dood denken is ernst; getuige zijn van de dood van een ander is stemming."
Een stemming gaat over. Op een uitvaart ben je verdrietig, en bij het avondeten is het weer gezakt. Ernst is bij Kierkegaard, zo lees ik hem, iets zo serieus nemen dat het verandert wat je daarna doet. En de enige dood waar je zo over kunt nadenken, is je eigen dood.
Aan wiens dood denk jij nu eigenlijk?
Wat zei Kierkegaard over wat er na de dood komt?
Niets. Daar begon hij bewust niet aan. "Daarom moet de toespraak zich van elke verklaring onthouden," schreef hij. "Zoals de dood het laatste van alles is, zo moet dit het laatste zijn wat erover gezegd wordt: hij is onverklaarbaar." Kierkegaard liet de vraag bij een bedacht graf open, voor iedereen die erbij stond.
Waar is de gedachte aan de dood dan goed voor?
Dat staat in de zin die direct volgt: "De onverklaarbaarheid is de grens, en het enige wat het zeggen ervan betekent, is dat de gedachte aan de dood terugwerkende kracht krijgt en je in het leven voortdrijft." Je komt bij de grens, je draait je om, en je neemt de gedachte mee terug naar de dagen die je nog hebt.
Hij beschreef zelfs hoe je begint.
Eerder in de toespraak schrijft Kierkegaard over iemand van wie de dagen wegglijden in somberheid en verstrooiing. Die persoon zegt: "Ik wil de ernstige gedachte aan de dood oproepen." En die hielp, schrijft Kierkegaard. "Want de ernst van de dood heeft geholpen om een laatste uur oneindig betekenisvol te maken, en zijn ernstige gedachte heeft geholpen om een lang leven betekenisvol te maken, als in een tijd van schaarste."
Een ingekorte versie van die zin staat op mijn pagina met veelgestelde vragen. De tweede helft van zijn zin gaat alleen over de gedachte. Die maakt, als je hem een lang leven lang vasthoudt, elke dag kostbaar, zoals brood kostbaar is als er weinig van is.
Wat 93 studenten over hun eigen dood schreven
In 2012 publiceerden drie psychologen van de Universiteit van Otago in Nieuw-Zeeland, Jonathan Jong, Jamin Halberstadt en Matthias Bluemke, een onderzoek naar de dood en het geloof. Ze gaven 93 studenten psychologie een boekje dat werd gepresenteerd als een test van hun verbeelding.
De helft schreef op wat er volgens hen met hun lichaam zou gebeuren terwijl ze stierven en als ze eenmaal dood waren, en welke gevoelens die gedachte opriep. De andere helft schreef over televisiekijken. Daarna gaf iedereen bij tien uitspraken aan in hoeverre ze het ermee eens waren, zoals "Er bestaat een almachtige, alwetende, liefdevolle God" en "Sommige mensen gaan naar de hemel als ze sterven".
De 46 studenten die zichzelf christen noemden, waren het na het schrijven over hun dood iets meer met die uitspraken eens. De 47 die zichzelf niet-religieus noemden, iets minder. Beide groepen schoven een klein stukje verder op in wat ze al geloofden.
Daarna keken Jong, Halberstadt en Bluemke een laag dieper.
Een tweede groep van 101 studenten deed dezelfde schrijfopdracht, kreeg vijf minuten iets anders te doen en ging daarna achter een computer zitten. Op het scherm verschenen woorden, die ze zo snel mogelijk met twee toetsen sorteerden: een toets voor woorden als echt en werkelijk, een voor woorden als denkbeeldig en onwaar. Daartussen kwamen woorden als God, ziel en hel. In de ene ronde deelden die een toets met echt, in de andere met denkbeeldig.
Aan je snelheid zie je welke combinatie je makkelijker afgaat. Na het schrijven over hun eigen dood koppelden de studenten de religieuze woorden iets makkelijker aan echt. Dat gold voor de christenen en voor de niet-religieuzen.
Word je religieuzer als je aan je eigen dood denkt?
Dat hangt af van de laag die je meet. In het onderzoek uit Otago hielden gelovigen en niet-gelovigen allebei iets steviger vast aan hun eigen overtuiging. In de snelle reflexen daaronder schoven ze allebei hetzelfde kleine stapje op. Wat je zegt te geloven en wat er daaronder gebeurt, zijn twee lagen, en Jong, Halberstadt en Bluemke maten ze allebei.
Een doodsmeditatie zoals Kierkegaard hem bedoelde
Hoe doe je een doodsmeditatie zonder geloof?
Ga tien minuten ergens rustig zitten. Stel je je eigen dood voor, niet die van een ander, want daar legt Kierkegaard de grens tussen ernst en stemming. Laat elk idee over wat erna komt weg; die grens blijft waar hij hem legde. Neem de gedachte daarna mee naar morgen en vraag je af wat je met één gewone dag zou doen.
Doe daarna wat Boerstoel in zijn lied deed. Schrijf drie dingen op die je al voor de laatste keer hebt gedaan zonder dat je het toen wist. De laatste keer dat je je kind naar bed droeg. De laatste keer dat je oma je aan de telefoon had. De laatste keer dat je buiten speelde tot het te donker werd om de bal nog te zien.

Welke daarvan had je anders gedaan, als je het had geweten?
Waar mijn uur bij past
In Zuid-Korea volgde ik een seminar van zes uur waarin je stilstaat bij je eigen laatste dag. Aan het eind lag ik als oefening even in een kist. Met de Last Hour Experience, de begeleide audioreis die ik maakte, kun je dat thuis doen, in ongeveer een uur. Je zet een koptelefoon op en beleeft je eigen laatste uur, van het bericht dat je nog een uur hebt tot de stilte als dat uur voorbij is. Dat is je eigen dood, in de zin van Kierkegaard, en wat erna komt mag je zelf invullen of openlaten. Wat je mee terugneemt naar je dagen, bepaal jij.
Vragen die mensen stellen. Eén van die mensen ben ik.
Kan een doodsmeditatie spiritueel zijn als je atheïst bent?
Ja, als je het woord in zijn oudste betekenis neemt. Spiritueel komt van het Latijnse spiritus, adem, en je hoeft nergens in te geloven om je eigen adem op te merken. In het onderzoek uit Otago werden niet-religieuze studenten na het schrijven over hun dood juist iets zekerder van hun ongeloof.
Wat als ik niets voel als ik aan mijn eigen dood denk?
Dan is je gedachte misschien nog algemeen, een abstracte dood. Kierkegaard schreef in dezelfde toespraak dat een algemene beschouwing over de dood de gedachte alleen maar verwart. Maak het kleiner en concreter: je eigen kamer, je eigen laatste gewone avond. En voel je dan nog niets, dan is dat ook een antwoord.
Op welk album staat Een dokter met een bril van Karin Bloemen?
Op Het zou toch moeten bestaan, het album dat Karin Bloemen in 2002 met pianist Cor Bakker maakte. Je vindt het onder meer op Apple Music en andere streamingdiensten. Het nummer duurt drie minuten en vijfenveertig seconden.
Moet je christen zijn om Kierkegaards Bij een graf te lezen?
Nee. Kierkegaard schreef als christen, en zijn geloof loopt door het hele boek. In deze toespraak laat hij het hiernamaals onverklaard en vraagt hij alleen dat je aan je eigen dood denkt. De Deense tekst kun je online lezen op de website van de Deense Koninklijke Bibliotheek.
Bronnen
Tre Taler ved tænkte Leiligheder, Drie toespraken bij gedachte gelegenheden, het boek van Kierkegaard uit 1845 in het oorspronkelijke Deens. Je leest het op de website van de Deense Koninklijke Bibliotheek, in de uitgave van het Søren Kierkegaard Forskningscenter, het Deense instituut dat zijn verzamelde werk uitgeeft. De toespraak Ved en Grav, Bij een graf, is de derde. De citaten in dit artikel zijn uit deze Deense tekst vertaald.
Foxhole atheism, revisited, Engels voor Atheïsme in de schuttersput, opnieuw bekeken, naar het Engelse gezegde dat er in een schuttersput geen atheïsten zijn. Het is het onderzoek uit 2012 van Jonathan Jong, Jamin Halberstadt en Matthias Bluemke van de Universiteit van Otago, in het Journal of Experimental Social Psychology, een wetenschappelijk tijdschrift voor psychologie. De schrijfopdracht, de tien uitspraken en de sorteertest op de computer staan in hun eerste twee onderzoeken.
Het zou toch moeten bestaan, het album van Karin Bloemen en Cor Bakker met Een dokter met een bril, tekst Jan Boerstoel, muziek Marnix Busstra.
Spiritus op Wiktionary, het online woordenboek, met de Latijnse betekenissen adem en ademhaling en de stam spirare, ademen.
Mijn veelgestelde vragen, met mijn volledige antwoord op de vraag hoe spiritueel deze ervaring voelt.
Over de oprichter, over mijn laatste vlucht, ditmaal als passagier, en het seminar in Zuid-Korea.