39. Waarom kan iemand niet echt liefhebben?

39

Waarom kan iemand niet echt liefhebben?

Julian van der Wouden·9 min leestijd

Benny was 38 toen zijn vrouw plotseling overleed aan een hartinfarct. Hij bleef achter met drie kinderen van 10, 11 en 12.

Ik kwam zijn verhaal tegen in een krantencolumn van psycholoog René Diekstra, bij wie Benny in behandeling was. Diekstra opent met iets wat volgens hem nog te vaak gebeurt: de dood van een kind wordt de dood van een relatie, en de dood van een ouder de dood van een gezin.

Wat Benny met zijn verdriet deed

Zijn verdriet was zo groot, schrijft Diekstra, en zijn onvermogen om te rouwen net zo groot, dat hij in een depressie belandde. Hij kon het verlies niet dragen. Om hulp vragen lukte hem evenmin.

Zijn oudste, een meisje van twaalf, werd daardoor de vervangmoeder. Hoe jong ook, ze nam haar twee broertjes onder haar vleugels, en de huishouding erbij. Met die verantwoordelijkheid, en een vader die zijn verdriet niet kon verwerken en niet kon delen, hield ze weinig ruimte over om zelf te rouwen om haar moeder.

Zwart silhouet van een meisje dat haar armen wijd uitspreidt rond twee kleinere jongens die voor haar staan, onder een sterrenhemel
Twaalf jaar, en haar broertjes onder haar vleugels.

Een jaar of twee na de dood van zijn vrouw leerde Benny een andere vrouw kennen, die zelf ook drie kinderen had. Nog geen twee maanden later woonden beide gezinnen onder één dak. Diekstra noemt die gezinsfusie een ramp van het ergste soort.

Waarom kon Benny’s dochter geen nieuwe moeder aanvaarden?

Volgens Diekstra had Benny zijn verlies niet verwerkt maar gedempt, en was hij van partner geruild. Zijn dochter moest daarna emotioneel van moeder ruilen, terwijl ze om haar eigen moeder nog niet had kunnen rouwen. Dat lukte haar niet. Zo raakte ze naast haar moeder ook haar vader grotendeels kwijt, in elk geval in de band tussen hen.

Op haar zestiende kwam ze in haar eerste echte depressie terecht, waarvoor ze medicijnen kreeg. Op haar zevenentwintigste, na nog twee diepe depressies, de laatste na het einde van een prille liefde, begon ze een behandeling bij een psycholoog. Daar kreeg ze voor het eerst de kans om te rouwen. Diekstra zet erbij wat dat inhield: delen.

Wie zichzelf nooit laat rouwen, heeft de meeste moeite om echt lief te hebben.

Diekstra trekt het breder. Wie in het dagelijks leven zijn zielenpijn zoveel mogelijk dempt of ontloopt, leert volgens hem niet opgewassen te zijn tegen het leven zoals het is. Verliespijn willen leren dragen, hoe heftig ook, zonder ermee te koop te lopen, noemt hij het voornaamste en ultieme bewijs van emotionele volwassenheid.

Een zin uit 1967

Daarna haalt Diekstra een boek aan: Het onvermogen om te rouwen, van de Duitse psychiater Alexander Mitscherlich en zijn vrouw Margarete, die ook therapeut was. Het verscheen in 1967 in het Duits en in 1973 in het Nederlands. Uit die vertaling citeert Diekstra, en de passage begint zo:

“Het vermogen te rouwen is het vermogen tot houden van.”

Dan volgt de reden. Alleen wie kan rouwen over het verlies van een ander, alleen wie de pijn van het loslaten kan verdragen, kan de vreugde ervaren van het zich opnieuw verbinden. Halverwege lees je, bijna terloops, drie woorden: leven is loslaten. En dan het slot:

“Wie geremd is in het loslaten is geremd in het verbinden. Geremd in het zich verbinden met een andere persoon, en geremd in het zich verbinden met de wereld, met de mensheid, met haar lijden.”

Schreven de Mitscherlichs over één gezin?

Nee, over een heel land. Hun boek gaat over West-Duitsland na de Tweede Wereldoorlog. Volgens hen hebben veel Duitsers na 1945 nooit gerouwd om de leider van wie ze hadden gehouden: Hitler. Ze stortten zich in plaats daarvan op het werk en op de economische bloei. In het land zagen de Mitscherlichs een opvallende Gefühlsstarre, Duits voor verstarde gevoelens.

In de ondertitel van hun eerste hoofdstuk zetten de Mitscherlichs rouwen en liefhebben al naast elkaar: womit zusammenhängt: eine deutsche Art zu lieben. In het Nederlands: en wat daarmee samenhangt, een Duitse manier van liefhebben.

Twee vreemden en een oorlogsfilm

Benny kon zijn verdriet niet met zijn dochter delen. Wat doet dat met degene tegenover je? In 2003 testten psychologen van Stanford University in Californië, onder leiding van Emily Butler en James Gross, dat op kleine schaal.

Ze zetten vrouwen die elkaar nog nooit hadden gesproken in tweetallen neer, twee meter uit elkaar, aan weerszijden van een schot. Allebei hadden ze een bloeddrukband om en zicht op dezelfde televisie. Daarop keken ze een oorlogsdocumentaire van zestien minuten, met harde beelden van de gevolgen van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki.

Daarna kreeg in een deel van de tweetallen één vrouw via een koptelefoon een opgenomen opdracht:

“Gedraag je tijdens het gesprek zo dat je gesprekspartner niet merkt dat je ook maar iets voelt.”

Haar gesprekspartner hoorde neutrale muziek. Het schot ging weg, en de twee praatten over de film.

Wat gebeurde er met de gesprekspartner van de vrouw die haar gevoelens verborg?

Haar bloeddruk steeg meer dan bij de andere gesprekspartners in het onderzoek. In een tweede ronde met 84 studentes van Stanford voelden de gesprekspartners van de vrouwen die hun gevoelens verborgen ook minder klik tijdens het gesprek. Ze mochten hen minder, en hadden veel minder zin om ooit nog met hen te praten of bevriend te raken.

Benny’s dochter woonde jarenlang bij een vader die zijn verdriet niet kon delen. In het onderzoek was één gesprek al genoeg voor afstand tussen twee mensen.

Voor wie de klok luidt

Diekstra vernoemde zijn column naar Voor wie de klok luidt, de roman uit 1940 van de Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway over de Spaanse Burgeroorlog. Diekstra sluit af met Hemingways antwoord: die klok luidt altijd ook voor jou.

Hemingway haalde die titel uit een boek dat ruim driehonderd jaar ouder is. John Donne, Engels dichter en priester en hoofd van de St Paul’s-kathedraal in Londen, werd ernstig ziek en schreef in bed een reeks korte overpeinzingen. In 1624 gaf hij ze uit. In een ervan hoort hij een kerkklok zachtjes luiden voor iemand anders die op sterven ligt. Hij vraagt zich af of de mensen rond zijn bed de klok misschien voor hem hebben laten luiden, zonder het hem te zeggen.

Klein zwart silhouet van iemand die stilstaat met het hoofd geheven naar een kerkklok in een eenvoudige klokkentoren aan de horizon, onder een sterrenhemel
Een klok voor een vreemde, gehoord als een klok voor jezelf.

Iets verder schrijft Donne, in mijn vertaling:

“Niemand is een eiland, een geheel op zichzelf; ieder mens is een stuk van het vasteland, een deel van het geheel. (…) De dood van ieder mens maakt mij minder, omdat ik deel ben van de mensheid. Stuur dus nooit iemand om te vragen voor wie de klok luidt; hij luidt voor jou.”

Wat heeft een kerkklok uit 1624 met liefhebben te maken?

Donne hoort de klok voor een vreemde en herkent er zijn eigen dood in. De passage die Diekstra citeert, eindigt op dezelfde plek: wie geremd is in het loslaten, is geremd in het verbinden met de wereld en haar lijden. Zo lees ik ze samen. Iemand echt toelaten betekent ook de dag toelaten waarop je die persoon kwijtraakt.

Eén uur loslaten

Ik bouwde Last Hour Experience als één uur dat je alleen doorbrengt, met een koptelefoon op, alsof het je laatste is. Tegen het einde kun je afscheidsbrieven schrijven aan mensen die belangrijk voor je zijn. Om er één te schrijven, stel je je voor dat je iemand loslaat terwijl die er nog is. Als de zin die Diekstra citeert klopt, doe je dat met hetzelfde vermogen waarmee je van die persoon houdt.

Vragen die mensen stellen. Eén van die mensen ben ik.

Kan iemand die nooit om een verlies heeft gerouwd nog leren liefhebben?

Psycholoog René Diekstra beschrijft in een krantencolumn een late start. Benny’s dochter kreeg op haar zevenentwintigste voor het eerst de kans om te rouwen, bij een psycholoog, vijftien jaar na de dood van haar moeder. Daar eindigt zijn verhaal.

Is het verkeerd om snel na de dood van je partner een nieuwe relatie te beginnen?

Psycholoog René Diekstra noemt geen termijn in zijn column over zijn cliënt Benny. Hij wijst op een verlies dat werd gedempt, en op een dochter die van moeder moest ruilen voor ze om haar eigen moeder had kunnen rouwen.

Bewijzen de proeven van Stanford dat je mensen wegduwt als je je gevoelens verbergt?

De onderzoekers van Stanford maten één gesprek tussen vreemden: jonge vrouwen van één Amerikaanse universiteit, die hun gevoelens op verzoek verborgen. Die grenzen noemen de onderzoekers zelf. Toch pikte de ander het op, te zien aan haar bloeddruk en aan hoe weinig zin ze had in een volgend gesprek.

Wat betekent ‘voor wie de klok luidt’?

De zin komt van John Donne, Engels dichter en priester, die hem na een ernstige ziekte in 1624 uitgaf. Hoor je een kerkklok luiden voor iemand die sterft, zegt hij, stuur dan niemand om te vragen voor wie hij luidt. Hij luidt voor jou, want de dood van ieder mens vermindert ons allemaal.

Bronnen

Voor wie de klok luidt, de column van psycholoog René Diekstra, op 29 september 2025 online verschenen bij het Noordhollands Dagblad, een regionale krant. Het verhaal van Benny en de citaten komen uit de gedrukte column.

Der versäumte Abschied von der Volksgemeinschaft (Duits voor ‘Het gemiste afscheid van de volksgemeenschap’), een Duitstalig artikel van de Duitse historicus Tobias Freimüller over het boek van de Mitscherlichs, in Docupedia-Zeitgeschichte, een online naslagwerk over de recente geschiedenis. De geliefde leider, de economische bloei en de verstarde gevoelens komen hier vandaan.

Die Unfähigkeit zu trauern: Geschichte einer Abwehr? (Duits voor ‘Het onvermogen om te rouwen: geschiedenis van een afweer?’), een Duitstalig essay uit 2017 van Daniel Weidner, Duits hoogleraar cultuurwetenschap, op het blog van het Leibniz-centrum voor literatuur- en cultuuronderzoek in Berlijn. De ondertitel van het eerste hoofdstuk komt hier vandaan.

The Social Consequences of Expressive Suppression (in gewone woorden: wat het met een ander doet als je je gevoelens niet laat zien), het onderzoek uit 2003 van Emily Butler, James Gross en collega’s van Stanford University, verschenen in Emotion, een wetenschappelijk tijdschrift van de Amerikaanse vereniging van psychologen. Het schot, de film, de opdracht en de uitkomsten komen uit de volledige tekst, en de opdracht is door mij vertaald.

Devotions upon Emergent Occasions, de korte overpeinzingen die John Donne in 1624 uitgaf over de wendingen van zijn ziekte, online te lezen bij Project Gutenberg, een bibliotheek van vrijwilligers met oude boeken waarop geen auteursrecht meer rust. De klok staat in de zeventiende overpeinzing, en de Engelse citaten zijn in dit artikel door mij vertaald. Dezelfde uitgave opent met een kort levensverhaal van Donne, ontleend aan zijn biograaf Izaak Walton, waarin staat dat hij deze overpeinzingen op zijn ziekbed schreef.

  • Eén filmisch uur, alleen, waarin je je eigen laatste uur beleeft. Daarna een gids die je inzichten omzet in keuzes.
  • Eén keer betalen. Terug wanneer jij wilt, zolang Last Hour Experience beschikbaar is.
  • Jarenlang ontwikkeld, van live seminars met echte kisten naar dit uur thuis.
  • Raakt je eerste uur je niet? Ik betaal je volledig terug. Eén e-mail is genoeg.

Veilig afrekenen.