In de map waarin ik ideeën voor deze artikelen verzamel, zitten zes beelden van mensen met hun telefoon. Op het laatste komt er iets groens op.
Bijna de helft van de tijd ergens anders
Waarom voelt het alsof ik door mijn eigen leven slaapwandel?
Waarschijnlijk omdat je hoofd een groot deel van de dag ergens anders is dan je lijf. Toen onderzoekers van Harvard 2.250 volwassenen op willekeurige momenten vroegen waar hun gedachten waren, waren die gedachten bijna de helft van de keren ergens anders. De dag ging gewoon door. Zij waren er maar half bij.
Het onderzoek is van Matthew Killingsworth en Daniel Gilbert, twee psychologen aan Harvard University in de Verenigde Staten. Ze bouwden een app voor de iPhone en onderbraken daarmee mensen op willekeurige momenten van hun dag, waar ze ook waren. Elke keer kregen ze dezelfde drie vragen op hun scherm. Hoe voel je je op dit moment? Wat ben je nu aan het doen? Denk je aan iets anders dan waar je mee bezig bent?
Mensen antwoordden ter plekke en gingen weer verder. De uitkomsten verschenen in 2010 in Science, een wekelijks tijdschrift waarin wetenschappers hun nieuwe werk publiceren.
Hoe vaak dwalen je gedachten af?
Op 46,9 procent van de momenten. Wat iemand aan het doen was, maakte daarbij weinig uit. Bij elke bezigheid op de lijst waren de gedachten minstens 30 procent van de tijd ergens anders. Op één na: tijdens het vrijen.

Helpt het als je aan iets fijns denkt?
Niet in dit onderzoek. Mensen dwaalden vaker af naar iets prettigs dan naar iets vervelends, maar ze werden er niet gelukkiger van dan wanneer ze bij hun bezigheid bleven. Dwaalden ze af naar iets neutraals of onprettigs, dan waren ze ongelukkiger. En afgaand op de volgorde van de antwoorden kwam het afdwalen meestal eerst, en de mindere stemming daarna.
Voor je stemming weegt waar je hoofd is zwaarder dan wat je handen doen.
Het laatste beeld
Terug naar die map. De eerste vijf beelden zijn donker. Op de gebouwen hangen logo's van apps en grote lichtreclames, en op de meeste beelden zijn de mensen getekend als zombies, met een telefoon in de hand.
Op het zesde staat de zon laag tussen de gebouwen. De mensen zijn nu gewoon mensen. Ze steken een plein over met hun hoofd boven hun scherm, en midden op dat plein komt een jong plantje op tussen de kapotte stenen. De meeste voorbijgangers kijken op hun telefoon.
De zombies zijn het makkelijke deel van die reeks. Bij het plantje blijf ik hangen.
Wat heeft een plantje met wakker zijn te maken?
Een plant is altijd helemaal waar hij staat. Op dat beeld is het plantje het enige dat groeit, en het enige dat er helemaal is. De mensen eromheen steken het plein over met hun lijf op de ene plek en hun aandacht op een andere, op het scherm in hun hand.
Waarom niet gewoon de zombies?
Een zombie is een oordeel over anderen, en niemand herkent zichzelf erin. Kijk je naar het plantje, dan draait de vraag om. Ergens op dat plein groeit nog iets. Wat groeit er in jouw dag, en ben je erbij terwijl het gebeurt?
Ruim elf kilometer bonen
In 1845 leende Henry David Thoreau, een Amerikaanse schrijver, een bijl. Hij bouwde met eigen handen een huis aan de oever van Walden Pond, een meer in de bossen bij het stadje Concord in de Amerikaanse staat Massachusetts, en woonde daar twee jaar en twee maanden. Zijn boek over die tijd, Walden, verscheen in 1854. In dat boek beschreef hij ruim 170 jaar geleden al hoe het is om door je eigen leven te slaapwandelen. Hij vraagt zich af:
Hoe komt het dat mensen zo weinig over hun dag kunnen vertellen, als ze niet hebben liggen slapen?
Hij bedoelt: wie weinig over zijn dag kan vertellen, heeft eigenlijk geslapen, ook al liep hij met open ogen rond. Een paar regels na die vraag schrijft hij:
Wakker zijn is leven. Ik heb nog nooit iemand ontmoet die echt helemaal wakker was. Hoe had ik hem in de ogen kunnen kijken?
Vlak daarvoor rekent hij het voor. Wakker genoeg voor lichamelijk werk zijn er miljoenen, schrijft hij, wakker genoeg om echt na te denken is één op de miljoen, en voor een poëtisch of goddelijk leven één op de honderd miljoen.
Mijn honderd mensen waren dus nog ruim geteld.
Wat deed Thoreau die hele zomer?
Hij kweekte bonen, op ongeveer een hectare grond, in rijen die samen ruim elf kilometer lang waren. Het schoffelen deed hij zelf, 's ochtends vroeg op blote voeten in de dauw. Later op de dag had hij blaren van de zon. Over zijn bonen schreef hij dat hij er vroeg en laat een oog op hield.
Reizigers reden in hun rijtuigjes langs zijn akker, op weg naar het westen, naar niemand weet waar, zoals hij schreef. Hij bleef en schoffelde door.

Zo ziet wakker zijn eruit bij iemand die iets maakt: één klein ding waar je vroeg en laat naar omkijkt.
Drie wekkers, tien seconden
Hoe stop ik met slaapwandelen door mijn dagen?
Doe bij jezelf wat de onderzoekers van Harvard deden. Zet morgen drie wekkers, op tijden die je zonder nadenken kiest. Gaat er een af, stop dan en beantwoord de drie vragen: hoe voel je je, wat doe je, en denk je aan iets anders? Tien seconden, elke keer. De Last Hour Experience is een filmische, geleide audio-ervaring van ongeveer een uur waarin je je laatste uur beleeft en daarna reflecteert; voor deze oefening heb je alleen de wekker op je telefoon nodig.
En als ik bijna elke keer ergens anders ben?
Dan weet je welke uren je mist. Neem er één en vul het met iets dat groeit zolang jij ervoor zorgt: kruiden in een bak op de vensterbank, of een tomatenplant op het balkon. Thoreau had zijn bonen. Naar iets dat elke dag een beetje verandert, ga je vanzelf weer kijken.
Waar het uur in past
In Zuid-Korea, in de laatste dagen van mijn loopbaan als piloot, schreef ik mijn eigen afscheidsbrief en lag ik in een kist met het deksel erop. Op Het diepere verhaal, een pagina van deze website, staat een video waarin ik in één zin zeg wat dat deed: het maakt je wakker en alert. Het kostte me jaren om van die ervaring in de kist een uur te maken dat je thuis in je eentje doet: de Last Hour Experience. Wat zou je zeggen als ik je halverwege dat uur vroeg of je aan iets anders dacht?
Vragen die mensen stellen. Eén van die mensen ben ik.
Komt het door mijn telefoon dat ik me een slaapwandelaar voel?
Hooguit voor een deel. In het onderzoek van Harvard dwaalden gedachten af bij bijna alles wat mensen deden, en de onderzoekers gebruikten de telefoon alleen om hun vragen te stellen. Een telefoon is nog een plek waar je aandacht heen kan. Je kunt hem ook gebruiken om drie keer per dag na te gaan waar je bent.
Is afdwalen altijd slecht?
Nee. Dezelfde onderzoekers noemen het vermogen om te denken aan wat er niet gebeurt een opmerkelijke prestatie, omdat je daardoor kunt leren, redeneren en plannen. De prijs die ze vonden zit in je stemming: wie met het hoofd ergens anders was, was gemiddeld minder gelukkig dan wie bij zijn bezigheid bleef.
Waarom zou iets laten groeien helpen?
Omdat je steeds naar dezelfde plek terugkomt. Thoreau schreef over zijn bonen dat hij er vroeg en laat een oog op hield. Iets levends verandert elke dag een beetje, dus je gaat kijken, en zolang je kijkt, ben je waar je bent. Eén pot is genoeg om mee te beginnen.
Wanneer is dit gevoel meer dan een manier van spreken?
Als het blijft. Duurt het weken, voel je je los van je eigen lichaam of lijkt de wereld om je heen niet helemaal echt, of gaat het samen met een sombere stemming die niet opklaart, bespreek het dan met je huisarts. Dat verdient meer dan een artikel.
Bronnen
A Wandering Mind Is an Unhappy Mind (Een dwalende geest is een ongelukkige geest), het onderzoek uit 2010 van Matthew Killingsworth en Daniel Gilbert, psychologen aan Harvard University in de Verenigde Staten, verschenen in Science, een wekelijks wetenschappelijk tijdschrift. De 2.250 volwassenen, de drie vragen, de 46,9 procent, de ene bezigheid waarbij gedachten minder dan 30 procent van de tijd afdwaalden en de volgorde van afdwalen en stemming komen daaruit.
Walden, het boek uit 1854 van de Amerikaanse schrijver Henry David Thoreau over zijn twee jaar en twee maanden in een zelfgebouwd huis aan Walden Pond. De zinnen over wakker zijn staan in het tweede hoofdstuk, Where I Lived, and What I Lived For (Waar ik woonde en waarvoor ik leefde). De bonen, de rijen en de reizigers staan in het hoofdstuk The Bean-Field (De bonenakker). De citaten zijn hier vrij vertaald uit het Engels. Het hele boek is gratis te lezen op Project Gutenberg, een online bibliotheek van boeken waarop geen auteursrecht meer rust.
De zes beelden van mensen en hun telefoon komen uit de map waarin ik ideeën voor deze artikelen verzamel. De zin over de kist komt uit de video op Het diepere verhaal.