Moet dat verlangen ooit ophouden voordat je kunt zeggen dat je de dood aanvaardt? Ergens in je zit een deel dat nog lang geen afscheid wil nemen. Misschien mag dat mee.
Je weet het. En toch.
Waarom is accepteren dat je doodgaat zo moeilijk?
Je kunt begrijpen dat je leven eindigt en tegelijk willen blijven. Die wens verdwijnt niet vanzelf doordat je het feit begrijpt. Als je van acceptatie verwacht dat je ook klaar bent om te vertrekken, leg je jezelf nog een voorwaarde op: dat je gevoel instemt met wat je weet.
Neem een avond waarop alles klopt. Het eten is op, iemand begint nog een verhaal. Je weet dat je straks naar huis gaat. Toch hoop je dat het nog even duurt.
Bij je eigen leven staat er natuurlijk veel meer op het spel. Een zandloper raakt leeg, ook als je hem graag langer zou laten lopen. Dat laatste is een wens. Je bestrijdt er geen feit mee.
In een krantenstuk beschrijft de Nederlandse psycholoog René Diekstra de spanning tussen willen blijven bestaan en beseffen dat dit niet eindeloos kan. Volgens hem hoort het verdragen van die spanning bij het omgaan met de dood.
Daar kan ik iets mee. Je hoeft geen oplossing te hebben voor alles wat je met je meedraagt.
Wie kijkt er nog?
Waarom kan ik me niet voorstellen dat ik er niet meer ben?
Je kunt een wereld bedenken waarin jij ontbreekt. Alleen ben je zelf nog degene die naar dat beeld kijkt. Daar loopt je voorstelling vast: je probeert je eigen afwezigheid mee te maken. Je kunt weten dat je doodgaat zonder dat het lukt om te ervaren hoe weg zijn voelt.
De achttiende-eeuwse Duitse filosoof Immanuel Kant schrijft hierover in een passage uit zijn boek over hoe mensen denken en zich gedragen. Zijn redenering: om vast te stellen dat je niet meer bestaat, zou je er nog moeten zijn.
Stel je de sterrenhemel voor, lang nadat jouw leven voorbij is. De sterren zijn er nog. Jij hebt jezelf uit het beeld gehaald. Maar wie ziet dat nu voor zich?
Zodra je jezelf omhoog laat kijken, sta je weer onder die hemel.

Dit is een gedachtegang over voorstellen en denken. Een antwoord op wat er na de dood komt, heb je daarmee niet. Voor mij maakt hij wel iets duidelijk: je hoeft dit beeld niet sluitend te krijgen voordat je verder mag met je leven.
Wat er in dat verlangen zit
Ontken ik de dood als ik meer tijd wil?
Meer tijd willen betekent op zichzelf nog niet dat je denkt eeuwig te leven. Je kunt weten dat je tijd opraakt en toch hopen op nog een zomer, nog een gesprek, nog een ochtend samen. Het verlangen zegt iets over wat je graag wilt meemaken.
Misschien zit daar de verwarring. Je behandelt de wens om te blijven alsof het een fout antwoord is op de vraag of je sterfelijk bent. Terwijl dat deel van je over iets anders begint.
Over je kind, dat je graag volwassen zou zien worden. Over iemand met wie je nog veel te bespreken hebt. Over hoe fijn het kan zijn om op een vrije dag nergens heen te hoeven.
Met een deel van je bedoel ik gewoon een gevoel dat naast een ander gevoel kan bestaan. Je wilt naar huis en je wilt nog even blijven praten. Je hebt plannen voor volgend jaar en je weet dat je nergens op kunt rekenen.
Dat past allemaal in één mens.
Verder met iets wat openblijft
Hoe ziet het verdragen van die spanning eruit?
Je kunt de gedachte aan je einde meenemen terwijl je iets alledaags doet. Naar huis lopen, eten maken, horen hoe iemands dag was. Je weet dat je leven eindig is en je wilt er nog lang zijn. Die twee hoeven het onderweg niet eens te worden.
Gisteren kon je er rustig over praten. Vandaag komt het ineens dichterbij. Dan kun je denken dat je kennelijk weer terug bij af bent. Alsof er ergens een examen bestaat waarvoor je inmiddels geslaagd had moeten zijn.
Ik zou die rustige dag gewoon laten gelden. Dat hij voorbij is, maakt hem niet minder echt. En vandaag mag anders voelen.
Er komt dan ook een andere vraag in beeld: waar wil je zo graag langer bij blijven?
Misschien denk je aan naar huis lopen door de stad, naar iemand die straks vraagt hoe je dag was.

Ook zo'n avond duurt niet eindeloos. Toch wil je hem meemaken, helemaal tot je de sleutel in het slot steekt.
Daar is het uur ook voor
In de Last Hour Experience, het geleide uur dat ik heb gemaakt, stel je je voor dat je je eigen laatste uur beleeft. Daar hoort voor mij ook de wens bij om langer te mogen blijven. Waar zou je nog tijd voor willen hebben? Ik wil ruimte laten voor een antwoord waar nog verzet in zit. Dat deel van je vertelt óók iets over het leven dat je nu hebt.
Veelgestelde vragen
Kun je de dood aanvaarden en er toch bang voor zijn?
Je kunt erkennen dat je doodgaat en daar ook bang voor zijn. Zoals ik acceptatie hier gebruik, passen die twee naast elkaar. Rust kan er zijn, maar je hoeft die rust niet vast te houden om eerlijk onder ogen te zien dat je leven eindigt.
Komt er een moment waarop ik er helemaal vrede mee heb?
Dat kan ik je niet beloven. Misschien zijn er momenten waarop het rustig voelt en momenten waarop je opnieuw wilt protesteren. Ik zou die blijvende rust niet tot een eis maken. Een lastige dag hoeft niets af te doen aan de vrede die je eerder voelde.
Moet ik mijn verlangen om te leven loslaten?
Je mag graag willen leven en tegelijk beseffen dat daar een grens aan zit. Dat je nog plannen hebt of iemand langer bij je wilt houden, kan gewoon deel zijn van dat verlangen. In de betekenis die acceptatie hier krijgt, mag het leven je veel blijven doen.
Moet ik hier elke dag bij stilstaan?
Uit deze gedachte volgt geen dagelijks voorschrift. Het gaat om hoe je naar de spanning kijkt wanneer je haar voelt. Je kunt erbij stilstaan en daarna iets anders gaan doen. Ook een dag waarop je de dood helemaal vergeet, hoort bij het leven dat je hebt.
Bronnen
Een column over mens zijn van de Nederlandse psycholoog René Diekstra, verschenen in de Nederlandse krant Haarlems Dagblad. De passage over willen blijven bestaan is nagelezen in het oorspronkelijke krantenknipsel uit mijn bronnenverzameling.
De oorspronkelijke Duitse passage over je eigen dood voorstellen van de achttiende-eeuwse Duitse filosoof Immanuel Kant, uit zijn boek over hoe mensen denken en zich gedragen. Hierboven staat de redenering in gewone Nederlandse woorden.